Voor- en nadelen van de castratie van een teef
De termen sterilisatie en castratie worden in de diergeneeskunde nog wel eens foutief gebruikt. Dit mede door de humane geneeskunde waar wel gesproken wordt over sterilisatie en castratie.
Bij honden is het zo, dat alle dieren worden gecastreerd. Dit houdt in dat de eierstokken, respectievelijk teelballen in zijn geheel verwijderd worden. Hierdoor is het dier dus niet alleen steriel geworden, maar is ook de productie van geslachtshormonen stil gelegd.

Bij teven is er dan nog de keus van de baarmoeder wel of niet verwijderen.
Wanneer de arts enkel de eierstokken (ovaria) verwijdert spreken we van een ovarioectomie. De baarmoeder blijft hierbij zitten en zal verder bijna nooit problemen geven.
Van een ovariohysterectomie spreken we wanneer de arts ook de baarmoeder verwijdert.
Welke methode gebruikt wordt is voornamelijk afhankelijk van hoe de baarmoeder eruit ziet en de leeftijd van het dier.

De cyclus van de teef is een complex proces. Wanneer besloten is de teef te castreren moet het juiste tijdstip hiervan bepaald worden wanneer zij al eens loops geweest is. In de regel is dit 3 maanden na de loopsheid. Op dat moment is het lichaam in rust en is de kans op bloedingen tijdens de operatie relatief klein.
Uiteraard kan om medische redenen afgeweken worden van deze tijdsregel.
 
De cyclus kunnen we in 4 gedeelten opsplitsen
Anoestrus (duurt drie maanden):

Ook wel de rustperiode genoemd. De vulva lippen zijn klein.

Pro-oestrus (negen dagen)
In deze fase begint de loopsheid, welke gekenmerkt wordt door een bloederige uitvloeiing uit de vulva. De vulva lippen zijn sterk opgezet en de teef zal de neiging hebben om weg te lopen. Dekking is nog niet mogelijk.

Oestrus (negen dagen)
Tijdens de oestrus vindt de eisprong plaats. De bloederige uitvloeiing kan in deze fase lang doorgaan, soms stoppen en neemt in de meeste gevallen in de loop van deze fase af.

Metoestrus (twee maanden)
De Metoestrus begint op het moment dat de teef zich niet meer toegankelijk opstelt tegenover de reu. De uitvloeiing stopt en de vulva lippen zullen weer slinken.

Voordelen van castratie van een teef
-Loopsheid preventie

Het dier zal niet (meer) loops worden en het dier zal niet meer drachtig kunnen worden.
Uiteraard kan dit ook voorkomen worden door een anti loopsheid injectie, deze hebben echter zeer veel medische nadelen waardoor gebruik van deze middelen zeker niet de voorkeur heeft.

-Verlaging van de kans op melkklier tumoren
Dit voordeel wordt het best gehaald wanneer een teef voor de eerste loopsheid gecastreerd wordt, maar wil men nog enig profijt hebben dan dient de teef in elk geval voor de 2e loopsheid steriel gemaakt te zijn. Melkklier tumoren (tumor mammae) zijn veelal kwaadaardig en worden voornamelijk door geslachthormonen aangemaakt.
Dieren die voor deze 2e loopsheid gecastreerd zijn hebben tot 7x minder kans op de vorming van tumoren rond de mammae dan hun soortgenoten die later of niet gecastreerd zijn.-

Voorkomen van baarmoederontsteking

Dit verschijnsel ontstaat onder invloed van hormonen uit een “Cysteuze Endometrium Hyperplasie (CEH) “ Door progesteron wat na elke ovulatie (eisprong) geproduceerd wordt door de ovaria kan het slijmvlies in de baarmoeder gaan verdikken en cysteus worden. Wanneer dit veranderde weefsel ontstoken raakt ontwikkeld zich hierdoor wat we noemen een baarmoederontsteking of pyometra.
Wanneer er dan niet snel medisch ingegrepen wordt kan dit erg gevaarlijke situaties opleveren soms zelfs met dodelijke afloop.
Het moge duidelijk zijn dat hoe vaker een hond loops is geweest hoe groter de kans wordt op een baarmoederontsteking. Er komt immers herhaaldelijk progesteron vrij.

-Voorkomen van schijndracht
In de natuur is schijndracht een heel normaal verschijnsel. In een roedel van wolven worden namelijk enkel de alfa teven ( hoogste in rang) gedekt en zij mogen pups krijgen. Alle andere teven worden schijndrachtig zodat zij de alfa teef kunnen “helpen” met het voeden van de pups.
Bij de gedomesticeerde huishond is dit echter niet meer van belang en is schijndracht naast de onplezierige kant ook nog een extra trigger voor het vormen van melkklier tumoren.

-Voorkomen van suikerziekte
Progesteron kan het dierlijke lichaam ongevoelig maken voor insuline. Hierdoor is de kans op suikerziekte bij een ongecastreerde teef groter dan bij wel gecastreerde soortgenoten.

Nadelen van castratie van de teef:
-Onomkeerbaar
Eenmaal uitgevoerd kan een castratie niet meer terug gedraaid worden. Het is daarom belangrijk dat u er zeker van bent van uw zaak en achter de beslissing staat.

-Gewichtstoename
Na castratie heeft een teef wat meer aanleg dik te worden. De taak van de eigenaar is dan ook om dit te voorkomen! Het is namelijk een fabeltje dat ALLE gecastreerde dieren dik zouden worden. Het kan noodzakelijk zijn het dier wat minder voeding te geven.

-Urine incontinentie
Na castratie kan een hormonaal geïnduceerde urine incontinentie optreden. Dit gebeurd in 10-15% van de gevallen. Bepaalde rassen lijken gevoeliger te zijn voor dit verschijnsel.

-Verandering van vachtstructuur
In een klein aantal gevallen wil verandering van de vachtstructuur optreden bij voornamelijk langharige rassen. Hierdoor kan het voorkomen dat de vacht moeilijker te onderhouden wordt.

-Verandering van gedrag
Dit kan zowel als voor- als nadeel gezien worden. Dominante teven zullen mogelijk wat minder dominant worden, rustige teven kunnen wat pinniger/feller worden.
 

Infectieuze tracheabronchitis = Kennelhoest
De 2 virussen die voornamelijk verantwoordelijk zijn voor kennelhoest zijn het Para-influenza virus en het Canine Adeno virus. Daarnaast is er ook een bacterie genaamd Bordetella Bronchiseptica verantwoordelijk voor bepaalde vormen van kennelhoest.

Vaak zien we kennelhoest bij dieren die regelmatig op plaatsen komen waar veel honden bij elkaar komen, zoals tentoonstellingen en uitlaatvelden.
De symptomen bestaan uit een droge hoest die met aanvallen komt. Soms ook neus- en ooguitvloeiing. Ook zijn de tonsillen vaak opgezet, evenals de lymfeknopen in het keelgebied en heeft het dier koorts.
Besmetting vindt plaats door het opnemen en inademen van ziektekiemen.
Afhankelijk van de ernst van de symptomen zal een behandeling ingesteld kunnen worden die ook hier voornamelijk is gericht op de secundaire infecties. Ook kan een hoestdrank of zelfs hoestonderdrukkend middel gegeven worden.

Canine Parvo Virose = Parvo
Dit zeer immune virus staat nauw in verband met het kattenziekte virus, kruisbesmetting is echter niet mogelijk. Het is bijna ongevoelig voor zowel fysische als chemische invloeden en daardoor moeilijk uit te bannen.
Het virus verspreidt zich voornamelijk via de mond en de ontlasting van het besmette dier.

De meeste infecties zien we bij pups van 8-14 weken, maar ook volwassen, niet gevaccineerde honden lopen gevaar.
De tijd tussen besmetting en het zichtbaar worden van de eerste symptomen is 2-4 dagen.
Deze symptomen bestaan voornamelijk uit herhaald braken, bloederige diarree en een erg pijnlijke buik. Verder zijn de dieren sloom, willen niet eten/drinken en zeker bij kleine honden en pups is het risico op uitdroging groot.
Een 2e variant komt voor bij dieren onder de 3 maanden. Deze tast ook de hartspier aan waardoor de dieren erg benauwd worden en een piepende ademhaling krijgen.

Middels een ontlastingtest is het virus aan te tonen, maar een behandeling, behalve symptomatisch en met ondersteunende middelen, is er niet.
Ook bij deze ziekte is preventie middels vaccinatie de belangrijkste bestrijding.

Corona
Een betrekkelijk nieuwe ziekte die vaak in samenhang met Parvo genoemd wordt.
Dit omdat ook Corona de symptomen als braken, bloederige/slijmerige diarree en niet meer eten vertoont.
De overdracht van het virus vindt plaats door besmette ontlasting.
De genezingskans van deze ziekte ligt hoger dan bij Parvo, maar toch bezwijken ook aan dit virus vele pups. 

Hondenziekte = ziekte van Carre
Nauw verwant is het hondenziektevirus aan dat van het mazelenvirus.
De incubatietijd bedraagt 3-15 dagen en wordt overgedragen via alle lichamelijke afscheiding van dieren (oogvocht, neusvocht, speeksel, urine, fecaliën). Het virus is niet resistent in de buitenlucht en verspreidt zich dan ook vooral door rechtstreeks contact tussen dieren.
In de eerste fase van de ziekte heeft de besmette hond meestal koorts, een lopende neus, bindvliesontsteking en een gebrek aan eetlust. Vervolgens kunnen er spijsverteringsproblemen (diarree), ademhalingsmoeilijkheden (hoesten, longontsteking), huidproblemen (puisten, abnormale groei van de huid aan de zoolkussentjes en de snuit) en zenuwklachten optreden.
Dit laatste uit zich op verschillende manieren: beven, ongewilde spiersamentrekkingen en verlamming die vaak begint aan de achterste ledematen.
Als het dier deze zenuwproblemen overleeft, kan hij echter nog de gevolgen hiervan blijvend ondervinden.
Een vaccinatie welke bestaat uit het menselijke mazelenvirus biedt een tijdelijke bescherming en roept kruisimmuniteit op. Dit houdt in dat het mazelenvaccin de aanmaak van antilichamen hiertegen oproept welke ook kunnen dienen als antilichamen tegen het hondenziektevirus.
De definitieve vaccinatie gebeurt op een leeftijd van 3-4 maanden.

Hondsdolheid = Rabiës
Naast dat dit virus besmettelijk is voor een tal van diersoorten is het ook besmettelijk voor de mens! Besmetting vindt plaats door een beet van een besmet dier waarbij infectieus speeksel in de wond komt.
De incubatieperiode varieert van 8 dagen tot ruim een jaar. Dit is afhankelijk van hoever de beet van de hersenen af is. Hoe dichterbij de hersenen hoe korter de incubatietijd.
De uiterlijke verschijnselen kunnen we verdelen in 3 stadia.

A: Stadium melancholicum
We zien toenemende karakterveranderingen: een levendig dier wordt rustig en treurig en omgekeerd. Vaak hebben de honden jeuk op de plaats waar zij gebeten zijn en gaan daarin zover dat ze zichzelf op die plek verwonden. De speekselproductie neemt toe.

B: Stadium excitationis
De verschijnselen van onrust worden steeds heftiger en er treden aanvallen van woeste opwinding op. Veel dieren gaan, eenmaal losgebroken, zwerven en bijten alles wat ze tegenkomen. Ook zie je vanaf dit stadium verlammingsverschijnselen in de vorm van proberen te blaffen zonder dat geluid geproduceerd kan worden en slikbezwaren.

C: Stadium paralyseos
De verlammingsverschijnselen worden duidelijker en uiten zich verder in verlamming van de onderkaak, tong en oogspieren. Ook de pootspieren raken steeds verder verlamd waardoor het dier uiteindelijk uitgeput zal blijven liggen. De meeste honden in dit stadium sterven binnen 5 dagen.
In meer dan 50% van de gevallen wordt stadium B echter overgeslagen en spreken we van een stille hondsdolheid.

De enige manier om Rabiës te voorkomen is vaccineren en een strenge regelgeving omtrent het in- en uitvoeren van dieren.

Geen zout als braakmiddel
Keukenzout wordt regelmatig gebruikt om dieren thuis te laten braken na inname van een ongewenste stof. Op het internet of door een dierenarts wordt het geven van dit huismiddel vaak als eerste hulp geadviseerd. Uit onderzoek blijkt echter dat het zout zelf een vergiftigende werking kan hebben op het dier. Zout heeft een irriterende werking op het slijmvlies van het maagdarmkanaal, waardoor gebrek aan eetlust, braken en diarree vaak de eerste verschijnselen na opname van een overmaat aan zout zijn. Het dier kan door een te hoge natriumconcentratie rusteloos, prikkelbaar, sloom en/of krijgt spiertrekkingen, toevallen en koorts krijgen. Het dier kan zelfs in coma raken en sterven. Ga dus in plaats van zout te gebruiken zo snel mogelijk naar de dierenarts voor het toedienen van een ander braakmiddel.

(artikel uit Hart voor Dieren mei 2009)

 

 

www.dier.nu pup_kitten
ANBI-website @asielbruchem Facebook - Dierenasiel de Bommelerwaard